De Maatschappij Voor Beter OV kan zich op hoofdlijnen vinden in de uitkomsten van de tijdelijke commissie-Kuiken. In het rapport van de commissie is geschreven dat, zoals Voor Beter OV reeds vaker aangaf, er betere afspraken moeten komen in de concessie voor de NS. De concessie bevat nu te veel vrijblijvende doelen. Deze afspraken zijn niet altijd in het belang van de reiziger, maar zijn gebaseerd op oud en achterhaald beleid.
Ook de conclusie inzake het ontbreken van enige visie van het Kabinet voor het Openbaar Vervoer per spoor onderschrijft Voor Beter OV. Zo is het de afgelopen dagen meer dan duidelijk geworden dat de Minister bij problemen op het spoor slechts makkelijke ‘oplossingen’ kiest, die het voor de reiziger niet beter maken.
Dat er met budgetten wordt geschoven is een grote zorg. Het is enorm belangrijk dat er voldoende budget voor onderhoud en uitbreiding van het spoor is en blijft. Het beschikbare geld moet dan ook niet worden uitgegeven aan andere projecten of andere infrastructuur en dan zeker niet via niet-transparante wegen zoals de commissie constateert bij het afsnoepen van gereserveerd geld voor aanleg van nieuwe wegen.
Voor Beter OV heeft gemengde gevoelens bij de suggestie dat de gebruiksvergoeding voor het spoor wel wat omhoog zou kunnen. Die vergoeding wordt verdisconteerd in de tarieven voor de treinkaartjes. De reiziger is dus degene die door deze suggestie in de portemonnee dreigt te worden wordt getroffen. Zolang daar geen wezenlijke verbetering van betrouwbaarheid (minder storingen) en flexibiliteit (geen kaalslag qua wissels -die in het vergelijkbare Zwitserland dagelijks hun nut bewijzen- en niet steeds overstappen omdat dat “simpeler en robuuster” -we sluiten in Nederland ook geen opritten van snelwegen omdat dat eenvoudiger en robuuster is- is) tegenover staan is die verhoging van de vergoeding voor wat betreft Voor Beter OV onaanvaardbaar.
De spoorwegen zijn in Nederland erg belangrijk voor de mobiliteit van veel reizigers. Het spoor houdt Nederland mobiel en is duurzaam. Het kan dan ook niet anders dan dat de minister de verantwoordelijkheid hiervoor neemt en actief werk maakt van een grote verbetering in prestatie en kwaliteit en niet blijft hangen in het huidige beleid van afwachten en niets doen. De reiziger moet weer met de hoofdletter ‘R’ worden geschreven en dit moet dan ook in uiting komen in het beleid en in duidelijke op het belang van de reiziger gerichte, ambitieuze en meetbare afspraken met vervoerders en infrastructuurbeheerders, vastgelegd in concessies. Het concretiseren daarvan moet de komende tijd topprioriteit zijn.
Recente reacties